'De zorg organiseren over instituutsgrenzen heen'

In het regiobeeld wordt de zorgkloof richting 2030 zorgelijk duidelijk. De zorgaanbieders in de regio hebben ieder hun eigen context, zoals hoofdlijnenakkoorden voor specialistische zorg en voor wijkverpleging, en meerjarencontracten met zorgverzekeraar(s). Ze hebben hun eigen strategische speerpunten, met hun eigen urgentie en prioritering, hun bestuurlijke opgaven en op te lossen knelpunten. Ze zoeken de samenwerking vanuit het besef dat ze elkaar nodig hebben om deze regionale uitdaging het hoofd te beiden en verbinden zich in een regionale samenwerkingstafel van zorgaanbieders en zorgverzekeraar.

 

Gezamenlijk fundament bouwen

Langs diverse lijnen en op diverse thema's werd in de regio al samengewerkt. We kregen de opdracht van de deels vernieuwde bestuurlijke overlegtafel om de regionale samenwerking te vitaliseren en tot een transitieagenda te komen. In overleg met bestuurders, professionals en beleidsmedewerkers van de organisaties leggen we in korte tijd een nieuw fundament. Partijen verbinden zich op een gedeelde regiovisie en collectieve ambities, kernthema's van samenwerking, contouren van een werkagenda met resultaatgebieden en inrichting van de governance: spelregels en inrichting van samenwerking. De programmaorganisatie wordt ingericht op drie niveaus: een stuurgroep met bestuurders, een transitieteam met 'professional leaders' en 'change leaders' , en uitvoerende werkgroepen. Afspraken worden gemaakt over de inzet van transformatiegelden.

Expliciet en bewust wordt ervoor gekozen om professionals uit de betrokken organisaties een sleutelrol te laten vervullen in het transitieteam. Zij zullen immers met elkaar de transitie in praktijk moeten brengen en de zorg organiseren over hun eigen instituutsgrenzen heen. Tegelijkertijd vervullen zij een ambassadeurs- en voortrekkersrol naar de collega's in hun eigen organisatie, om ook hen letterlijk over de streep te trekken. De bestuurders hebben naast hun gezamenlijke bestuurlijke regierol de taak om hun eigen medewerkers te stimuleren en te faciliteren.  

 

Kwesties

We hebben het samenwerkingsvraagstuk benaderd als een vraagstuk van open netwerksamenwerking, waarbij ook de relaties met aanliggende en deels overlappende netwerken in de regio worden meegenomen. De deelnemers in het gevormde 'kernnetwerk' hebben ook de verantwoordelijk om op thema's de verbindingen te maken met aanpalende domeinen zoals het sociaal domein, de GGZ en een netwerk dat gericht is op preventie. Op deze manier blijft de samenstelling op bestuurlijk niveau compact, de focus scherp en de blik tegelijkertijd gericht op de bredere verbindingen.

Een andere kwestie is hoe de ouderenzorg met een diversiteit aan in omvang kleinere en grotere aanbieders participeert in het kernnetwerk. Gekozen is voor twee vertegenwoordigers waarbij hun rol gelegitimeerd is doordat ze een vertrouwensbasis hebben bij de aanbieders die zij vertegenwoordigen. Dat vraagt het organiseren van de verbindingen met hun collega-ouderenzorg organisaties, op inhoud en relatie.

Voor meer informatie: Robert Paquay, Frans Spijkers, Helen van Tol, Guus de Vries.


Deel deze pagina