‘Een gedeeld urgentiegevoel is een sterke prikkel tot samenwerking, maar vergroot niet meteen het oplossingsrepertoire.’

Dat er een volgende griepgolf aankomt staat vast. Wat kunnen we leren van de vorige om ons beter voor te bereiden? Deze vraag was het uitgangspunt voor een evaluatieonderzoek binnen een van de ROAZ regio’s.

 

De griepepidemie van afgelopen winter duurde langer dan gebruikelijk en dan verwacht. De zorgsector kwam in een soort dubbele houdgreep: het aantal acute patiënten nam toe, terwijl er minder personeel beschikbaar was. De griep trof ook hen. Maandag 5 maart 2018 ging de boeken in als ‘Black Monday’. Het crisisberaad werd geïntensiveerd, intern en op regioniveau met alle betrokken organisaties.

Dat er een volgende griepgolf aankomt staat vast. Wat kunnen we leren van de vorige om ons beter voor te bereiden? Deze vraag was het uitgangspunt voor een evaluatieonderzoek binnen een van de ROAZ regio’s.

 

Het ROAZ (Regionaal Overleg Acute Zorgketen) wilde een kwalitatieve evaluatie van de griepepidemie en die hebben wij in opdracht van hen uitgevoerd. De focus lag op het samenwerkingsproces van de ketenpartners in de regio. We namen alle niveaus mee in de evaluatie: operationeel, tactisch/coördinerend en bestuurlijk, en spraken met alle betrokken partners in de samenwerking: ziekenhuizen, GGD, ouderenzorg, huisartsen en HAP, ambulancevervoer, veiligheidsregio en zorgverzekeraar.

 

In nood vindt men elkaar. Dat kwam ook zeker naar voren in ons onderzoek. Een gedeeld urgentiegevoel is een sterke prikkel tot samenwerking, maar vergroot niet meteen het oplossingsrepertoire.

Het bleek dat de organisaties intern vergelijkbare maatregelen namen aan patiëntzijde en personeelszijde. Ook intensiveerde men de interne overlegstructuren en realtime monitoring. Denk aan afschalen van electieve opnamen en uitstel besteld vervoer, creëren van buffervoorzieningen, roosteringrepen en extra inzet.

In de keten werd op alle niveaus samengewerkt. Op operationeel niveau was er overleg over patiënten, op tactisch niveau werd informatie uitgewisseld over beschikbare capaciteit en (dreigende) opnamestops, op bestuurlijk niveau werd beleid afgestemd en de partners overlegden over in-door- en uitstroom in de keten.

 

Het evaluatieonderzoek leverde een tiental leerpunten en aanbevelingen op om de regionale samenwerking in de acute zorgketen te verbeteren. We hanteerden daarbij twee conceptuele kapstokken om te reflecteren op de bevindingen: de kunst van vitale spanning in netwerken en de balans tussen operationele en structurele coördinatie.

Samenwerking in ketens kent een bepaalde spanning vanwege eigen en collectieve belangen, vanwege verschillen in aard en omvang, en omdat naast samenwerking ook sprake is van concurrentie. De kunst is om deze spanning ‘vitaal’ te houden en daarmee bedoelen we een balans tussen onderspanning en overspanning. Bij grote externe druk, zoals bij de griepepidemie, vinden partijen elkaar in hun gedeelde urgentie en een ervaring van overspanning. Als de externe druk afneemt, bestaat het risico dat ketenpartners met elkaar in de onderspanning komen. De uitdaging is om elkaar ook te vinden als er geen nood is, en in te zetten op verbetering van de ketensamenwerking. Dan is ‘action driven’ niet genoeg als drijfveer voor samenwerking, die moet ook 'belief driven' zijn. Wil, nut en noodzaak van samenwerking werden door de partners onderkend en bevestigd, crisis of geen crisis.

 

Uit de logistiek weten we dat een overvloed aan operationele coördinatie op het niveau van ‘bed-met-medewerker’ vaak een indicatie is dat de structurele coördinatie niet op orde is.. De crisis kende veel interventies op operationeel niveau. De evaluatie leidde tot inzichten om de bestaande structurele coördinatie in de keten te verbeteren, ook en juist in normale situaties als er geen crisis is omdat dan gemakkelijk onderspanning ontstaat. Denk aan scherpere triage, eerder signaleren, inzicht in verkeerde liggers, onderscheid naar patiëntgroepen, geaggregeerde capaciteits- en ketenplanning, regionale coördinatiepunten.

Het ROAZ werkt de leerpunten en aanbevelingen uit de evaluatie verder uit om de continuïteit van de acute zorg in de keten te borgen. Voor de volgende griepgolf komt.

 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Guus de Vries.


Deel deze pagina