Onderstaande lijst bestaat uit omschrijvingen van de wijzen waarop managers te werk gaan.
Geef aan hoe vaak u het omschreven gedrag vertoont,
door elke zin een waarde te geven met
behulp van onderstaande schaal. Kies een cijfer van 1 tot 7 door er op te klikken naast de betreffende zin.
| 1. |
Inventieve ideeën inbrengen. |
|
| 2. |
Invloed uitoefenen op superieuren. |
|
| 3. |
De noodzaak om afdelingsdoelen te bereiken verduidelijken. |
|
| 4. |
Voortdurend het doel van de afdeling verduidelijken. |
|
| 5. |
Zoeken naar innovatie en potentiele verbeteringen. |
|
| 6. |
De rol van de afdeling heel duidelijk stellen. |
|
| 7. |
Strak de hand houden aan de logistiek. |
|
| 8. |
Bijhouden wat zich binnen de afdeling speelt. |
|
| 9. |
Wederzijds geaccepteerde oplossingen zoeken voor openlijke meningverschillen. |
|
| 10. |
Luisteren naar priveproblemen van ondergeschikten. |
|
| 11. |
De afdeling sterk gecoördineerd en goed georganiseerd te houden. |
|
| 12. |
Open gesprekken houden over botsende meningen in een groep. |
|
| 13. |
De afdeling stimuleren om doelen te bereiken. |
|
| 14. |
De kernverschillen tussen groepsleden boven tafel halen en vervolgens actief meewerken aan de oplossing ervan. |
|
| 15. |
Erop toezien dat men zich aan de regels houdt. |
|
| 16. |
Elke werknemer met gevoel en zorg behandelen. |
|
| 17. |
Experimenteren met nieuwe concepten en procedures. |
|
| 18. |
Aandacht en betrokkenheid tonen in de omgang met ondergeschikten. |
|
| 19. |
De technische capaciteit van de groep trachten te verbeteren. |
|
| 20. |
Doordringen tot mensen in hogere functies. |
|
| 21. |
Inspraak bij de besluitvorming aanmoedigen in de groep. |
|
| 22. |
Notulen, verslagen etc. vergelijken om tegenstrijdigheden op te sporen. |
|
| 23. |
Roosterproblemen binnen de afdeling oplossen. |
|
| 24. |
De afdeling de verwachte doelen laten bereiken. |
|
| 25. |
Problemen op creatieve, heldere wijze oplossen. |
|
| 26. |
Anticiperen op problemen bij de doorstroom van werk en crisis vermijden. |
|
| 27. |
Controleren op fouten en vergissingen. |
|
| 28. |
Op een overtuigende manier nieuwe ideeën verkopen aan superieuren. |
|
| 29. |
Erop toezien dat de afdeling op tijd de afgesproken doelen bereikt. |
|
| 30. |
Consensus binnen de afdeling vergemakkelijken. |
|
| 31. |
De prioriteiten en de werkrichting van de afdeling duidelijk stellen. |
|
| 32. |
Bezorgdheid tonen voor het welzijn van ondergeschikten. |
|
| 33. |
Consequent de afdeling georienteerd te houden op het resultaat. |
|
| 34. |
Beslissingen beinvloeden die op een hoger niveau genomen worden. |
|
| 35. |
Regelmatig de doelstellingen van de afdeling verduidelijken. |
|
| 36. |
Een sfeer van orde en afstemming scheppen binnen de afdeling. |
|